Informatie over rouw

Rouwproces

Een rouwproces is voor iedereen anders, je kunt het vergelijken met een vingerafdruk. Iedereen heeft een vingerafdruk, iedereen heeft lijntjes maar bij niemand lopen die lijntjes hetzelfde. Dat betekent dat je ook niet voor kunt schrijven hoe er gerouwd 'moet' worden: op welke manier, wanneer en hoe lang. Toch is dat hoe het zou moeten vaak erg aanwezig in het dagelijkse leven van rouwende mensen. Want mensen om je heen hebben daar een mening over: je laat je verdriet niet zien of je huilt juist teveel, je rouwt te kort of het moet onderhand eens over zijn, je moet beter voor jezelf zorgen of juist meer aan je kinderen denken, je hebt het ergste meegemaakt wat een mens kan meemaken of het valt bij jou nog mee want die of die heeft iets nog vreselijkers ervaren.

Eigenlijk heb je niks aan al die oordelen van mensen, je hebt er alleen maar last van. Mensen denken vaak dat ze er een mening over moeten hebben, dat ze iets moeten zeggen, weten niet wat en komen dan met dooddoeners aan. Vaak goed bedoeld maar niet echt helpend. Waar je als rouwende meer aan hebt, is een luisterend oor, iemand die er voor je is en die hoeft niet per se iets te zeggen. Soms valt er niks te zeggen alleen te zijn. Of iemand die je helpt met praktische zaken, zoals een keer voor je koken, met de praktische afwikkeling van zaken, met een klusje, gewoon even iets voor je doen op het juiste moment.

 

Rouwen kost energie

Valt er nu niks te zeggen over de gang van zaken in een rouwproces? Jawel, er zijn wel een paar algemene zaken die veel rouwende mensen herkennen. Rouwen is hard werken, het kost energie, je wordt er doodmoe van. Je hebt een aantal taken te doen, vroeg of laat. Die taken hoeven niet per se in dezelfde volgorde en vaak lopen ze ook door elkaar heen.

Taak 1: Beseffen dat iemand echt dood is

In het begin besefte ik niet dat 'ie
dood was maar nu
besef ik het pas echt.

Nadine, 11 jaar.


De eerste taak is te beseffen, te erkennen, dat die ander nooit meer terug komt. Dat dood betekent dat je de ander nooit meer zult zien, dat hij voor altijd weg is. Het is het aanvaarden van de realiteit van het verlies. Maar dat is snel gezegd en niet zo vlug gedaan. Belangrijk hierin is dat je goed afscheid neemt. Liefst ook door degene die dood is zelf te zien en op die manier afscheid te kunnen nemen. Aanvaarden dat iemand er niet meer is, gaat beter als je gezien hebt dat die ander echt dood is. Sommige mensen zeggen dat ze iemand liever in gedachten houden zoals hij in zijn leven was. Dat is ook hun goed recht, ieder moet het voor zichzelf beslissen. Maar zien dat iemand die dood is er ook anders uit ziet is wel belangrijk om het goed de realiteit te laten doordringen. In Amerika maken ze mensen soms zo op dat ze nog mooier lijken dan ze in leven waren. Dan kun je toch bijna niet geloven dat die ander dood is?
De eerste tijd (maar die kan lang duren) is het heel normaal dat je denkt dat je de overledene op straat denkt te herkennen. Zonder na te denken zeg je tijdens een gesprek opeens "Wacht, dat vraag ik aan ....". Je zet bij het tafeldekken toch weer dat vierde bord neer. Een moeder hoort haar baby huilen en wil al naar boven lopen en realiseert zich dan pas dat ze de baby niet kan horen. Stuk voor stuk ervaringen waarbij je je realiseert: "Oh nee, dat hoeft niet meer, dat kan niet meer".

Taak 2: Omgaan met de gevoelens
Je herkent het verlies door de pijn die je voelt. De tweede rouwtaak gaat om het herkennen, uitdrukken en verwerken van gevoelens. Er is geen weg om de gevoelens heen. Dat wil niet zeggen dat iedereen evenveel of hetzelfde voelt, voor iedereen is het verschillend. Het gaat niet alleen om pijn en verdriet maar ook om vele andere emoties zoals boosheid, agressie, schuld en jaloezie. Het pijnlijke gemis van die ander, het verlangen hem weer te ontmoeten. Kinderen maar ook volwassenen fantaseren vaak dat de ander er nog is.

Ik herinner me hoe Janneke aan haar wens om papa's terugkomst op een avond voor de duidelijkheid toevoegde: "Hij moet hier, door díe deur terugkomen.' Ze wees naar haar eigen slaapkamerdeur. Een andere keer vroeg ze - het klonk als een bevel - of ik nu éérst papa wilde gaan halen. Ze had echt een kusje van hem nodig ( Een breuk in de dag, Fransje Ingenriet).

Soms zijn je emoties voor anderen niet te zien omdat ze heel ver weggestopt zijn. Je trekt je terug, isoleert je of doet ontzettend je best om niets te voelen. Na verloop van tijd merk je dat er langere periodes met onderbrekingen van de pijn zijn. Alles lijkt goed te gaan maar opeens is hij er weer. Je hoort in de supermarkt weer dat lied van de uitvaart en opeens sta je met tranen in je ogen. 'Wij zijn emotioneel incontinent' noemde iemand het eens. Verdriet wordt ook wel eens vergeleken met een schaduw die plotseling, als je de hoek omgaat, er weer is en die je niet kunt ontlopen.
Zorg dat er geen bewust of onbewust verbod ligt op het praten over de overledene. Spreek zijn naam regelmatig uit. Zwijg hem niet dood. Bespreek bijvoorbeeld wat je doet op een feest waar de overledene bij had moeten zijn. Zoek naar een vorm om hem te vernoemen zonder dat het dramatisch wordt en de feeststemming omslaat.

Taak 3: Leren te leven zonder dat de ander lijfelijk aanwezig is
In deze taak verken je hoe het leven weer verder moet. De eerste tijd zijn er telkens opnieuw gebeurtenissen die je confronteren met het verlies: de verjaardag van je overleden zus, de eerste kerst waarbij je niet naar je moeder hoeft, de eerste vakantie zonder je man, de fiets die kapot is en die papa altijd repareerde of het eerste Sinterklaasfeest zonder je kind.

Het duurt een hele tijd voordat je beseft dat je werkelijk alleen verder moet. Dat betekent niet dat het rouwproces achter de rug is. Je zult je ook nog regelmatig afvragen of het leven ooit nog gewoon wordt. Verder leren leven zonder de ander is een zware taak. Hoe zwaar hangt af van de relatie die je had tot de overledene. Wat betekende deze voor jou? En een minder goede relatie hoeft zeker niet te betekenen dat het rouwproces makkelijker of sneller verloopt. Vaak juist niet. Juist het feit dat het nooit meer goed gemaakt kan worden, maakt soms dat de rouw intenser is en langer duurt.

Degene die overleden is, vervulde bepaalde rollen en functies. Er valt een leegte. Alles moet weer een plek krijgen in een patroon dat veranderd is. Langzamerhand worden de taken en de functies van de overledene overgenomen door iemand anders of ontstaan er andere rituelen.

Taak 4: De overleden ander emotioneel een plek geven
Hoe nu verder, is de vraag. Je staat voor de taak de overledene een plaats te geven in je emotionele leven. Pas als dit enigszins is gelukt, kun je weer investeren in andere relaties. Dan is de verbinding tot stand gebracht. Sommigen zeggen; ik heb hem altijd bij me, in mijn hart. Anderen hebben het gevoel: hij zit onder mijn huis, is altijd in de buurt.

Je kunt in het begin bang zijn nieuwe banden aan te gaan. Je denkt de ander onrecht aan te doen of je voelt het als verraad. Je voelt je schuldig opnieuw verliefd te worden. Ook na lange tijd blijft het nog belangrijk dat anderen luisteren, hoe vaak het verhaal ook verteld is, hoe vaak de tranen al gevloeid hebben. Je moet je veilig voelen om nog steeds je gevoelens te mogen tonen.

Afgerond?

Hoe kun je nu merken dat je goed door de vier rouwtaken gekomen bent? Daar is geen eenduidig antwoord op te geven maar het is wel af te leiden uit een aantal dingen. Je denkt: 'Het ergste wat kon gebeuren is me overkomen en ik heb het overleefd. Nu ben ik klaar om het leven weer op te pakken.' Je hebt het gevoel weer te mogen genieten van alledaagse dingen. Van mooie muziek, van de lente, een cadeautje of een mooie film. Er is een nieuw evenwicht gevonden, wellicht zelfs een steviger evenwicht waardoor je de problemen die je altijd in het leven tegenkomt weer aankunt. En je wordt minder in beslag genomen door het verdriet. Uiteraard is het verdriet er nog steeds, maar er is ook ruimte voor andere dingen.

Afgerond is het juiste woord niet. Je rond nooit af met de persoon van wie je zo houdt. Je zult hem of haar nooit vergeten, hij of zij heeft altijd een plek in je leven. Maar je rondt af met de ergste pijn, het diepste verdriet.

Waar ben je nu, zie jij me nog?
Ik wil je nog niet kwijt.
Waar ben je nu, zie jij me nog?
Je blijft bij mij, altijd!

Uit 'Waar ben je, zie jij me nog?' van Riet Fiddelaers-Jaspers

Kantoor en rouwcentrum
Spoorlaan 9c 5591 HT Heeze • T 040-2260158 (dag en nacht bereikbaar) • F 040-2260173 • info@fiddelaers.nl
Fiddelaers & Dochters VOF • KvK Oost-Brabant 17249095 • Bank 12.03.97.838 • IBAN NL04RABO 0120397838
© 2001 - 2012 Uitvaartbureau Jan Fiddelaers