Ze belden me midden in de nacht. “Onze moeder is overleden,” zei de dochter zacht. Haar stem trilde, maar ze wist wat ze wilde: “We willen nog even bij haar zijn voordat we iets gaan regelen.”
Toen ik later die ochtend bij hen kwam, lag moeder vredig in haar bed. De kamer was stil. De gordijnen half open, het vroege zonlicht viel zacht naar binnen. Aan tafel zaten haar kinderen en kleinkinderen. Er werd koffie gedronken, bijna fluisterend gepraat, herinneringen opgehaald.
“Wat nu?” vroeg de zoon.
Ik vertelde hen wat mogelijk was. Dat ze hun moeder thuis konden houden, dat we samen voor haar konden zorgen. Dat we niets hoefden te overhaasten. En dat het goed was om het moment even stil te zetten, om gewoon bij haar te zijn.
Soms is het allerbelangrijkste wat je kunt doen in de eerste uren na een overlijden: niets overhaasten.
Je voelde een opluchting, een rust. Het gevoel dat ze hadden was dat het allemaal overhaast moest geregeld worden, was weg. En dat gaf ruimte. Ruimte ook voor verdriet en rouw.
Samen met de kinderen wasten en kleedden we haar. Ze kozen een trui die ze vaak droeg en kamden haar haren zoals ze het zelf altijd deed. “Ze lijkt weer op zichzelf,” zei haar dochter.
Soms is het allerbelangrijkste wat je kunt doen in de eerste uren na een overlijden: niets overhaasten. Er zijn. Voelen. Stilstaan. Afscheid nemen begint daar, in de stilte, de liefde, de herinnering.
Lieve groet,
Renske